De afgelopen twee weken zijn we weer op reis geweest. Dit keer naar India. De reden: een workshop met de mensen die wereldwijd voor Wetlands International aan het Partners for Resilience programma werken, om samen te kijken hoe we het beste het ecosysteem denken in “Disaster Risk Reduction” projecten kunnen brengen.
De workshop werd gehouden in Puri in Orissa, een van de armste deelstaten van India. Puri is bekend om zijn tempel, een van de belangrijkste voor Hindoes ter wereld. Helaas is deze tempel niet toegankelijk voor buitenlanders, maar we kregen er wel wat van mee toen we ’s nachts in onze taxi vanaf het vliegveld langs de weg honderden mensen in gele kleding karren met beelden van goden zagen voorttrekken.
De vierdaagse workshop was voor ons een mooie ervaring. Bijzonder om in een klein clubje collega’s te kunnen werken die uit zoveel verschillende landen en culturen komen: de circa 15 mensen komen uit Panama, Guatemala, Mali (indrukwekkend om de verhalen over de oorlog daar te horen), Senegal, Kenia, Spanje, Nederland, India, Indonesië en (wij) uit Maleisië. Leuk is het dan ook om te zien dat we veel herkennen in de verhalen uit andere landen. Het is bijvoorbeeld mooi om vanuit een partnerschap te werken, maar het is voor bijna iedereen moeilijk om niet op de manier te blijven werken die je gewend bent. Ook moet er nog aardig werk verzet worden om overal echt op een landschaps- of regionaal niveau de problemen te analyseren en aan te pakken. De projecten in Mali (Inner Niger Delta) en India (Orissa en Bihar) kunnen daarbij als voorbeeld dienen. Daar werkt Wetlands al lang in dezelfde gebieden en essentieel is dat daardoor goed bekend is hoe het ecosysteem werkt, hoe rampen ontstaan en ook hoe ze voorkomen kunnen worden. Dit helpt enorm bij het uitvoeren van kleine projecten, maar vooral ook bij bewustwording en lobby naar de overheid toe. Een interessante manier om tot een eerste analyse van het ecosysteem te komen is de zogenaamde cluster approach, zoals die in India gebruikt wordt. Daar worden de “Risk Assessment” rapporten van veel dorpen in dezelfde regio of in hetzelfde ecosysteem naast elkaar gelegd en wordt er gekeken of er gezamenlijke problemen en ook gezamenlijke oplossingen voor die problemen zijn. Op die manier komen ecosystemen beter in beeld. Daarnaast ontstaat er, als je de dorpen goed bij deze analyse betrekt, meteen ook bewustwording van de problemen op grotere schaal bij lokale bevolking. Zo ontstaat een platform voor een gemeenschappelijke aanpak binnen de dorpen zelf, bijvoorbeeld voor lobby naar de provincie.
Tijdens een velddag bezochten we een paar dorpen die in het projectgebied van PfR India liggen. Dit waren dorpen die in een rivierdelta liggen en regelmatig te maken hebben met cyclonen. Maar het grootste probleem voor de mensen in de dorpen is het steeds zouter worden van het grond- en oppervlaktewater doordat de kust en de duinen na houtkap, overbegrazing en stormen eroderen en het dorp zo steeds dichter bij de kust komt te liggen. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om voldoende rijst van het land te halen. We werden heel gastvrij ontvangen met bloemen en melk uit de kokosnoot en vertegenwoordigers van het dorp legden uit hoe het dorp georganiseerd is en hoe ze tot een actieplan tegen erosie en verzilting zijn gekomen. Mooi was dat de leider van de vrouwengroep fijntjes opmerkte dat de mannen toch vooral de hele dag van huis zijn en dat het dus vooral de vrouwen zijn die thuis aan het werk zijn en dus blootstaan aan de gevolgen! Ondertussen keken de mannen bedremmeld naar hun tenen.. Op de terugweg bezochten we nog een world heritage tempel, de Sun Temple, in Konark. Wel grappig, in Bollywood films zijn kusjes al not done, maar deze druk bezochte tempel is bewerkt met allerlei erotische afbeeldingen.. (ook wel apart om daar met een groep collega’s, waaronder een paar oudere moslimheren, langs te lopen
)
Na een mooie dansvoorstelling, met een stel interessante, nieuwe contacten en een hoofd vol informatie en nieuwe ideeën besloten we de workshop en vlogen we (met vijf uur vertraging omdat onze vlucht was gecanceld) naar Kolkata voor ons volgende avontuur:samen met Pieter, organisator van de workshop en collega van het hoofdkantoor, gingen we de Sunderbans in: onderdeel van de Ganges- en Bhamabputradelta en het grootste mangrovegebied ter wereld.
Drie dagen lang voeren rond met onze eigen boot, gids, bootsman en –maatje en kok en ’s avonds sliepen we in schone comfortabele huisjes die in een dorp aan de rand van het gebied liggen. De mensen uit het dorp verzorgen daar alles en de lodge is ook een beetje hun ontmoetingsplek. We kregen zelfs een 45 minuten durende samenvatting van een jaarlijks uitgevoerd toneelstuk over de plaatselijke goden te zien (duurt normaal vier tot zes uur..). We werden dus echt uitstekend verzorgd, voor een erg beschaafde prijs en hadden geen van allen eerder gezien dat de lokale bevolking zo goed wordt betrokken bij ecotoerisme als hier. Goed werk dus van Help Tourism, dat de zaak runt!
Het is er wel zomer op dit moment en dat betekent dat het de heetste tijd van het jaar is: elke dag 40+ graden. Ook al zit je dus stil op een boot: je ontkomt niet aan zweten! De Sunderbans zijn een enorm getijdegebied, met zomaar 3 meter hoogteverschil tussen eb en vloed. Overal zijn kreken, en de aanblik van het gebied is elk uur anders. De alles overheersende soort is de Tijger. En dat terwijl we er geen gezien hebben.. Er leven er bijna 90 in het gebied en dit is het enige gebied ter wereld waar de mens nog tot het reguliere prooien van een andere diersoort behoort! Elke week zijn er wel incidenten en vorige jaar lieten nog zo’n 30 mensen het leven. Een honingverzamelaar werd twee dagen voordat we aankwamen gedood. Tijgers rennen hier niet van je weg of zijn onverschillig (zoals in andere nationale parken), maar kijken echt of er manieren zijn om mensen te vangen en achtervolgen ze soms dagen lang in het bos om een strategie te bepalen. Veel van de verhalen van de bemanning en van onze vragen gingen dus over tijgers en overal zagen we kleine tempeltjes voor Bonobibi, de god die mensen beschermt tegen tijgers en die wordt aanbeden door zowel moslims als hindoes. De tweede ochtend bleek een tijger de rivier te zijn overgestoken en in een nabijgelegen dorp een varken en een hond te hebben gedood. Wij voeren er meteen heen, maar helaas waren we te laat om hem te zien.. (beter een tijger met een gevulde buik, dan een hongerige!
)
Tijdens onze trip hebben we dus uiteindelijk geen tijger gezien(we wisten dat het moeilijk zou zijn), maar we hebben wel we een aantal andere gave soorten gezien, die we niet echt meer hadden verwacht in dit seizoen met deze hitte. Kort kwamen twee Irrawaddy Dolfijnen boven enzagen we een 5 meter lange Zeekrokodil. Qua vogels waren een Brown-winged Kingfisher en een donkere fase Changeble Hawk-Eagle een verassing, ook hoorden we verschillende Mangrove Pitta’s en genoten we van mooie Purple en Purple-rumped Sunbirds. Ook leuk zijn late overwinteraars die in Nederland dwaalgast zijn: Grauwe Fitis (met twee vleugelstrepen!), Bruine Boszanger en Struikrietzanger scharrelen hier allemaal open en bloot rond. Onze scherpe gids, ook een fanatieke vogelaar, die vaak geen kijker nodig heeft om een soort op naam te brengen en al fluitend de ene na de andere soort naar ons toe lokt, wijst ons in de laatste ochtend ook nog Checkered Killback en een forse Ratsnake aan: onze eerste slangen van het jaar!
Stiekem toch wel een beetje opgelucht dat we geen tijgers van al te dicht bij hebben ontmoet, verlieten we uiteindelijk de Sunderbans. Toch wel raar en indrukwekkend om even te ervaren hoe het is te leven met een dreiging van een vijand die altijd en overal op de loer kan liggen.. Op de terugweg stopten we nog even bij de “local patch”van onze gids: een 150 jaar oude boomgaard met enorme, oude mango- en jackfruitbomen. Dit is zo’n beetjehet laatste stukje “natuurlijk” groen in megastad Kolkata (45 miljoen mensen!). In deze kleine oase zagen we zowaar nog een mooie Bruine Visuil, Orange-headed Thrush, Plaintive Cuckoo en Common Hawk-Cuckoo. Van Kolkata (vroeger Calcutta) hebben we helaas, behalve eindeloze voorsteden en woongebieden, weinig gezien. Dat komt hopelijk een andere keer!




















































































