Cluster approach en Sunderbans

De afgelopen twee weken zijn we weer op reis geweest. Dit keer naar India. De reden: een workshop met de mensen die wereldwijd voor Wetlands International aan het Partners for Resilience programma werken, om samen te kijken hoe we het beste het ecosysteem denken in “Disaster Risk Reduction” projecten kunnen brengen.

De workshop werd gehouden in Puri in Orissa, een van de armste deelstaten van India. Puri is bekend om zijn tempel, een van de belangrijkste voor Hindoes ter wereld. Helaas is deze tempel niet toegankelijk voor buitenlanders, maar we kregen er wel wat van mee toen we ’s nachts in onze taxi vanaf het vliegveld langs de weg honderden mensen in gele kleding karren met beelden van goden zagen voorttrekken.

De vierdaagse workshop was voor ons een mooie ervaring. Bijzonder om in een klein clubje collega’s te kunnen werken die uit zoveel verschillende landen en culturen komen: de circa 15 mensen komen uit Panama, Guatemala, Mali (indrukwekkend om de verhalen over de oorlog daar te horen), Senegal, Kenia, Spanje, Nederland, India, Indonesië en (wij) uit Maleisië. Leuk is het dan ook om te zien dat we veel herkennen in de verhalen uit andere landen. Het is bijvoorbeeld mooi om vanuit een partnerschap te werken, maar het is voor bijna iedereen moeilijk om niet op de manier te blijven werken die je gewend bent. Ook moet er nog aardig werk verzet worden om overal echt op een landschaps- of regionaal niveau de problemen te analyseren en aan te pakken. De projecten in Mali (Inner Niger Delta) en India (Orissa en Bihar) kunnen daarbij als voorbeeld dienen. Daar werkt Wetlands al lang in dezelfde gebieden en essentieel is dat daardoor goed bekend is hoe het ecosysteem werkt, hoe rampen ontstaan en ook hoe ze voorkomen kunnen worden. Dit helpt enorm bij het uitvoeren van kleine projecten, maar vooral ook bij bewustwording en lobby naar de overheid toe. Een interessante manier om tot een eerste analyse van het ecosysteem te komen is de zogenaamde cluster approach, zoals die in India gebruikt wordt. Daar worden de “Risk Assessment” rapporten van veel dorpen in dezelfde regio of in hetzelfde ecosysteem naast elkaar gelegd en wordt er gekeken of er gezamenlijke problemen en ook gezamenlijke oplossingen voor die problemen zijn. Op die manier komen ecosystemen beter in beeld. Daarnaast ontstaat er, als je de dorpen goed bij deze analyse betrekt, meteen ook bewustwording van de problemen op grotere schaal bij lokale bevolking. Zo ontstaat een platform voor een gemeenschappelijke aanpak binnen de dorpen zelf, bijvoorbeeld voor lobby naar de provincie.

Tijdens een velddag bezochten we een paar dorpen die in het projectgebied van PfR India liggen. Dit waren dorpen die in een rivierdelta liggen en regelmatig te maken hebben met cyclonen. Maar het grootste probleem voor de mensen in de dorpen is het steeds zouter worden van het grond- en oppervlaktewater doordat de kust en de duinen na houtkap, overbegrazing en stormen eroderen en het dorp zo steeds dichter bij de kust komt te liggen. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om voldoende rijst van het land te halen. We werden heel gastvrij ontvangen met bloemen en melk uit de kokosnoot en vertegenwoordigers van het dorp legden uit hoe het dorp georganiseerd is en hoe ze tot een actieplan tegen erosie en verzilting zijn gekomen. Mooi was dat de leider van de vrouwengroep fijntjes opmerkte dat de mannen toch vooral de hele dag van huis zijn en dat het dus vooral de vrouwen zijn die thuis aan het werk zijn en dus blootstaan aan de gevolgen! Ondertussen keken de mannen bedremmeld naar hun tenen.. Op de terugweg bezochten we nog een world heritage tempel, de Sun Temple, in Konark. Wel grappig, in Bollywood films zijn kusjes al not done, maar deze druk bezochte tempel is bewerkt met allerlei erotische afbeeldingen.. (ook wel apart om daar met een groep collega’s, waaronder een paar oudere moslimheren, langs te lopen ;-) )

Na een mooie dansvoorstelling, met een stel interessante, nieuwe contacten en een hoofd vol informatie en nieuwe ideeën besloten we de workshop en vlogen we (met vijf uur vertraging omdat onze vlucht was gecanceld) naar Kolkata voor ons volgende avontuur:samen met Pieter, organisator van de workshop en collega van het hoofdkantoor, gingen we de Sunderbans in: onderdeel van de Ganges- en Bhamabputradelta en het grootste mangrovegebied ter wereld.

Drie dagen lang voeren rond met onze eigen boot, gids, bootsman en –maatje en kok en ’s avonds sliepen we in schone comfortabele huisjes die in een dorp aan de rand van het gebied liggen. De mensen uit het dorp verzorgen daar alles en de lodge is ook een beetje hun ontmoetingsplek. We kregen zelfs een 45 minuten durende samenvatting van een jaarlijks uitgevoerd toneelstuk over de plaatselijke goden te zien (duurt normaal vier tot zes uur..). We werden dus echt uitstekend verzorgd, voor een erg beschaafde prijs en hadden geen van allen eerder gezien dat de lokale bevolking zo goed wordt betrokken bij ecotoerisme als hier. Goed werk dus van Help Tourism, dat de zaak runt!

Het is er wel zomer op dit moment en dat betekent dat het de heetste tijd van het jaar is: elke dag 40+ graden. Ook al zit je dus stil op een boot: je ontkomt niet aan zweten! De Sunderbans zijn een enorm getijdegebied, met zomaar 3 meter hoogteverschil tussen eb en vloed. Overal zijn kreken, en de aanblik van het gebied is elk uur anders. De alles overheersende soort is de Tijger. En dat terwijl we er geen gezien hebben.. Er leven er bijna 90 in het gebied en dit is het enige gebied ter wereld waar de mens nog tot het reguliere prooien van een andere diersoort behoort! Elke week zijn er wel incidenten en vorige jaar lieten nog zo’n 30 mensen het leven. Een honingverzamelaar werd twee dagen voordat we aankwamen gedood. Tijgers rennen hier niet van je weg of zijn onverschillig (zoals in andere nationale parken), maar kijken echt of er manieren zijn om mensen te vangen en achtervolgen ze soms dagen lang in het bos om een strategie te bepalen. Veel van de verhalen van de bemanning en van onze vragen gingen dus over tijgers en overal zagen we kleine tempeltjes voor Bonobibi, de god die mensen beschermt tegen tijgers en die wordt aanbeden door zowel moslims als hindoes. De tweede ochtend bleek een tijger de rivier te zijn overgestoken en in een nabijgelegen dorp een varken en een hond te hebben gedood. Wij voeren er meteen heen, maar helaas waren we te laat om hem te zien.. (beter een tijger met een gevulde buik, dan een hongerige! ;-) )

Tijdens onze trip hebben we dus uiteindelijk geen tijger gezien(we wisten dat het moeilijk zou zijn), maar we hebben wel we een aantal andere gave soorten gezien, die we niet echt meer hadden verwacht in dit seizoen met deze hitte. Kort kwamen twee Irrawaddy Dolfijnen boven enzagen we een 5 meter lange Zeekrokodil. Qua vogels waren een Brown-winged Kingfisher en een donkere fase Changeble Hawk-Eagle een verassing, ook hoorden we verschillende Mangrove Pitta’s en genoten we van mooie Purple en Purple-rumped Sunbirds. Ook leuk zijn late overwinteraars die in Nederland dwaalgast zijn: Grauwe Fitis (met twee vleugelstrepen!), Bruine Boszanger en Struikrietzanger scharrelen hier allemaal open en bloot rond. Onze scherpe gids, ook een fanatieke vogelaar, die vaak geen kijker nodig heeft om een soort op naam te brengen en al fluitend de ene na de andere soort naar ons toe lokt, wijst ons in de laatste ochtend ook nog Checkered Killback en een forse Ratsnake aan: onze eerste slangen van het jaar!

Stiekem toch wel een beetje opgelucht dat we geen tijgers van al te dicht bij hebben ontmoet, verlieten we uiteindelijk de Sunderbans. Toch wel raar en indrukwekkend om even te ervaren hoe het is te leven met een dreiging van een vijand die altijd en overal op de loer kan liggen.. Op de terugweg stopten we nog even bij de “local patch”van onze gids: een 150 jaar oude boomgaard met enorme, oude mango- en jackfruitbomen. Dit is zo’n beetjehet laatste stukje “natuurlijk” groen in megastad Kolkata (45 miljoen mensen!). In deze kleine oase zagen we zowaar nog een mooie Bruine Visuil, Orange-headed Thrush, Plaintive Cuckoo en Common Hawk-Cuckoo. Van Kolkata (vroeger Calcutta) hebben we helaas, behalve eindeloze voorsteden en woongebieden, weinig gezien. Dat komt hopelijk een andere keer!

 

 

Super aardige mensen, maar wat doen ze met hun land?

De titel van deze post vat aardig samen wat voor gevoel de Filipijnen bij ons opriepen. We ontmoetten er zo veel aardige, gezellige mensen, maar als je in het land rondkijkt, vraag je je echt af hoe ze hun eigen leefomgeving zo kunnen verpesten. Natuurlijk hebben we alleen een klein stukje gezien en hopelijk ook meteen de ergste gebieden, maar toch.

Maar laat ik bij het begin beginnen. We gingen naar de Filipijnen voor een jaarvergadering met de partners van het project waar we aan werken en om de project gebieden in de Manilla regio te bekijken. De eerste dag zijn we met de collega’s van het Rode Kruis naar een gebied van de stad geweest dat Valenzuela heet. We werden ’s ochtends vroeg opgehaald en naar de Chairwoman van het Rode Kruis van Valenzuela gebracht, de moeder van een van onze Rode Kruis collega’s. Zij zette ons een uitgebreid ontbijt voor, compleet met Filipijnse mango’s, de zoetste ter wereld, super lekker (je eet ze met een lepel, gewoon uitscheppen!) en heel gastvrij. Daarna werden we per boot rondgeleid door de wijk. Sinds de jaren ’80 zijn er steeds vaker overstromingen in dit gebied en ze duren ook steeds langer. Volgens de bewoners is dit gelijktijdig begonnen met de droogleggingen in de Manilla baai in opdracht van Imelda Marcos. Kort gezegd kan het water steeds minder goed weg doordat er steeds meer wordt gebouwd. Daarnaast is er sprake van hele erge vervuilingsproblemen. De rivier waar we op gevaren hebben, de Mariloa rivier, wordt wel de op vier na ergst vervuilde rivier ter wereld genoemd. Dit komt door industrieën, zoals looierijen en goud verwerking, doordat de mensen hun afval in het water gooien en doordat er riolen op de rivier uitkomen. De rivier was grotendeels echt zwart en drabbig, bizar om te zien. Na de boottocht zijn we nog rondgeleid in het stadhuis en bij het Rode Kruis hoofdkwartier van de wijk, waar we overal heel vriendelijk onthaald werden, meerdere malen op de foto moesten en nog goede kaarten van het gebied hebben weten te krijgen. Het Rode Kruis lijkt een hele sterke organisatie te zijn in de Filipijnen. Ze hebben echt veel vrijwilligers, doen veel en zijn goed georganiseerd, inspirerend om te zien.

De dagen daarna hadden we de jaarvergadering in een soort conference center van een van de partners, een heel landelijk, rustig plekje een eindje buiten de stad. De vergadering was goed, het was met name fijn eindelijk de mensen te ontmoeten waar we mee samen werken. We hebben besproken wat er het afgelopen jaar gedaan is en wat we komend jaar gaan doen en we hebben ook veel gekletst en gelachen. Vooral de Rode Kruis dames zijn wat je noemt ‘a rowdy bunch’! Maar er werd ook heel serieus besproken waar iedereen in het werk en in de samenwerking tegenaan liep, verhelderend, hier kunnen we mee verder. Het lijkt erop dat de partners heel sterk zijn in de lokale en menselijke benadering. Het idee van dit programma is echter om ook naar de rol van ecosystemen te kijken in de mogelijkheden van ‘disaster risk reduction’. En ecosystemen zijn over het algemeen groter dan een dorp of wijk en dus niet puur lokaal.. Er ligt dus een duidelijke rol en tegelijk een behoorlijke uitdaging voor ons om de partners te helpen om op regionaal niveau te gaan werken/denken.

De dag na de meeting hebben we met de partners van Care hun projectgebied in de Manilla regio bezocht: Malabon. Ze werken daar in twee wijken, die allebei op zich nog meer indruk maakten dan Valenzuela. Dit waren echt wat je noemt sloppenwijken. De eerste wijk, Potrero, was een soort nederzetting op een rivieroever. Vrij dicht daarbij wonen rijke mensen en er liggen een aantal fabrieken. Om de illegale huisjes op de rivieroever niet te zien en waarschijnlijk om mensen te ontmoedigen er te gaan wonen, is er op 10 tot 15 meter van de oever een muur gebouwd. Nu wonen er op het stukje land tussen de rivier en de muur, ongeveer één hectare in totaal, zo’n 1400 gezinnen.. Als je de foto’s bekijkt, zie je de huizen langs de rivier, het hoekhuis bij het begin van de muur en de gang die tussen de muur en de huizen loopt. Je moet er echt niet aan denken dat hier brand uitbreekt of dat het water opeens heel hard stijgt, dan zitten de mensen letterlijk als ratten in de val, zo noemden ze het zelf ook, heel naar.

De andere wijk waar we heen gingen, Catmon, ligt ook aan de rivier. Vroeger waren er groentetuinen, nu staan er huisjes. Er staat altijd water onder en rond de huisjes en dat water is smerig en vol afval en waterhyacint, wederom zie de foto’s. Met hevige regen en overstromingen stijgt het water en komt al die viezigheid de huizen binnen, net als in Potrero en Valenzuela. Er was een collega van Care mee, die in dit gebied gaat werken. Ze was net begonnen en zelf ook nog nooit daadwerkelijk de wijk ín geweest. Nu ze het zag, had ze wel even zoiets van ‘Wil ik dit echt?! Waar moet ik beginnen?!’

Maar er zijn ook positieve kanten. In alle gebieden waar we geweest zijn, zijn de mensen georganiseerd. Ze hebben bijvoorbeeld ‘housing associations’ opgericht. In het laatste gebied waar we waren had deze organisatie concrete plannen om binnenkort de rotzooi weg te gaan ruimen. En wat toch wel een opluchting was: deze mensen hebben waterleidingen. Ze hoeven dus niet het water uit de rivier te gebruiken voor wat dan ook. En hier werden we weer uiterst vriendelijk ontvangen. We werden rondgeleid door de leiders van de plaatselijke organisaties en die legden vanalles uit. Het klinkt misschien raar, maar het voelde ergens ook als een voorrecht om deze gebieden te mogen bekijken en een inkijkje te krijgen in de levens van de mensen die er wonen. Dat gebeurt je anders niet snel. En wat je dan ziet is dat het niet alleen misère is, die mensen leiden hun levens daar en hebben ook lol, doen de was, kletsen, kijken TV enzovoorts. Verhuizen naar een andere locatie is zelfs een moeilijk bespreekbare optie voor velen van hen, onvoorstelbaar voor ons, maar zij vinden dat ze hier, dicht bij de fabrieken, de beste mogelijkheden hebben om in hun levensonderhoud te voorzien.

En wat af en toe wel verwonderlijk is; overal, zelfs in de slechte situaties die we nu gezien hebben, zijn er altijd wel mensen die kleine bloementuintjes aanleggen of ergens wat plantenbakjes met bloemen ophangen. Ik heb het nu nog niet bewust gedaan, maar ik denk dat ik er maar een fotoserie van ga maken..

Helaas hadden we dit keer geen tijd om alle project gebieden te bezoeken, de gebieden die verder van Manilla vandaan liggen, komen later. Maar om eerlijk te zijn vonden we het ook wel fijn om even tot rust te kunnen komen na drie landen in twee weken. Nu zijn we dus weer thuis in Maleisië. Binnenkort gaan we naar India om daar met mensen van Wetlands van over de hele wereld te bespreken hoe we het best in het programma waarvoor wij het Filipijnen deel doen te werk kunnen gaan. Wordt zeker interessant! En daarna gaan we nog een paar dagen naar de Sundarbans met een paar collega’s, wie weet zien we dan wel weer een tijger!

 

Brunei: kamperen, vergaderen en Hollandse apen

En dan is het zover: onze eerste werktrip staat op het punt te beginnen. In twee weken (18 maart tot en met 2 april) bezoeken we drie landen, werken we mee aan de organisatie van een congres, hebben we vergaderingen, bekijken we locaties die mogelijk geschikt zijn voor onderzoek en natuurherstel en duiken we de sloppen van een mega stad in.

De eerste etappe is Brunei: het kleine landje op het grote eiland Borneo, met een machtige sultan die superrijk is geworden door de olie. Hier organiseert Wetlands samen met het Bruneise ministerie van Natural Resources een driedaagse Internationale Conferentie over ‘Wetland Forests’.

Maar voordat we de conferentiezaal induiken, willen we eerst even de befaamde Bruneise jungle in. Daarom hebben we een tweedaagse campingtrip geboekt met Jungle Dave (hij noemt zichzelf echt zo!). Nadat we een erg vroege vlucht vanuit Kuala Lumpur hebben genomen worden we door hem opghaald op het vliegtuig. We gaan met hem naar een deel van het regenwoud waar weinig toeristen komen en dat pas onlangs tot reservaat is verklaard. Vanaf de auto lopen we over een smal paadje het bos in: tof! We lopen langzaam richting onze kampeerplek, hopend op wild, maar het is midden op de dag dus behoorlijk stil…wel gutst het zweet van onze gezichten, ook al spannen we ons nauwelijks in. De kampeerplek bestaat uit een paar iglotentjes, een afdak waar gekookt en gegeten kan worden, een wc (jaja) en een beekje: best luxe dus! Na ons geïnstalleerd te hebben gaan we het bos in: we volgen wildpaadjes dwars door het bos en zitten soms een half uur op de grond of een boomstam om te wachten op zoogdieren. Die middag komen we niet veel verder dan een paar vliegende hagdissen die elkaar achter elkaar aanzitten, al zwevend van boom naar boom en een Maroon Leaf Monkey die zich snel uit de voeten maakt. Ook leuk!

Met een continu dreigend onweer blijft het bos helaas stil, ook tijdens onze nachtwandeling. Wel hoor ik geschuifel rond de tent ’s nachts, en als ik even later opsta om naar de wc te gaan zie ik in het schijnsel van mijn zaklamp grote groene ogen: een kat! Helaas heb ik mijn kijker niet meegenomen, dus zullen we nooit weten wat het is… Slapen in het bos is gaaf: wat een herrie zo ’s nachts van alle krekels! In de tent zitten wel een paar nare knutjes, maar uiteindelijk slapen we toch wel een paar uur verrassend lekker. De volgende ochtend staan we in het donker op en lopen we langzaam naar een plek waar we uitkijken op een vijgenboom. Hier wachten we zonsopkomst af. Al snel bginnen in de verte Bornean Gibbons te huilen. Uiteindelijk zijn liefst vijf groepen tegen elkaar in aan het roepen: wat een gaaf geluid! Helaas krijgen we er geen te zien, alhoewel Black-and-yellow Broadbill, Zwarte Neushoornvogels, wat leuke sunbirds (honingzuigers), wandelende takken tot 20 cm en een leaf-insect (zeg maar een wandelend blaadje!) maken dat we zeker niet klagen.

We zien nog wel een groep Maroon Leaf Monkeys en horen zwijnen, maar alles schiet erg snel weg. Jagen met geweer is dan verboden in Brunei, aan het gedrag van de dieren te zien wordt er nog behoorlijk gestroopt, al ontkent onze gids dit. Ook vleerhonden worden veel gevangen, met mistnetten die tussen de bomen worden gehangen: niet dat ze lekker zijn, maar ze schijnen te helpen tegen de astma… Als we het bos ’s middags uitlopen hebben we niet heel veel gezien, maar het van de paden afgaan, heel rustig het bos op je inlaten werken en al geluiden maakt dat het toch een mooie trip is geweest!

Terug in Bandar Seri Begawan, de hoofdstad, ontmoeten we Denise, onze collega uit Maleisië. Samen lopen we langs moderne moskeeën, doen een vaartochtje langs en door Kampung Ayer, een complete stad op palen in het water, en eten we Ambuyat, het nationale gerecht van Brunei gemaakt van de Sagopalm. Het blijkt een goedje te zijn dat er precies zo uit ziet en waarschijnlijk ook net zo smaakt als behangplaksel…maar het sausje is wel aardig. :-)

Het congres mag gerust een succes genoemd worden. Na een eerste velddag, waarin we met de Minister bomen planten in een nieuw reservaat rondom een meer (Lesser Fish Eagle!) en interessante mensen ontmoeten, duiken we twee dagen de zaal in. We leren dat de ontwikkeling van oliepalm op tropische veenbossen momenteel de grootste ecologische ramp van Zuidoost Azie is. Niet alleen gaat een unieke biodiversiteit verloren, ook zorgt de drainage van het veen voor inklinking en een enorme uitstoot van broeikasgassen, wat maakt dat Indonesië nu al tot de topuitstoters van de wereld behoort en dat palmolie als biobrandstof vijf keer zo vervuilend is als fossiele olie! Ook maakt ontginning de venen enorm vatbaar voor brand, wat voor de grote rookpluimen zorgt die jaarlijks over Zuidoost Azie liggen. Uiteindelijk zal al het veen verloren gaan en zullen de gebieden overstromen: binnen 30 jaar heb je dus niets meer aan het gebied. Ondanks al het bewijs blijven bedrijven en overheden (eigenlijk alleen de Maleise en Indonesische) nog massaal voor de korte termijn winst van de palmolie kiezen…. In de afgelopen 20 jaar is meer dan 70% van alle veenbossen aangetast, er is dus snel actie nodig om ervoor te zorgen dat er nog wat overblijft. Omdat het kleine Brunei zijn geld vooral verdient met fossiele olie, zijn de veenbossen hier nog grotendeels intact. Brunei kan dus als voorbeeld gaan dienen voor een duurzame economie en ruimtelijke ordening. De Minister is enthousiast over het congres en maakt aan het einde bekend dat Brunei lid zal worden van Ramsar (conventie over wetlandbescherming) en waarschijnlijk ook van Wetlands International. Geïnteresseerd in de presentaties of berichten in het Bruneise nieuws? Kijk dan onderaan op http://malaysia.wetlands.org/NEWS/tabid/509/articleType/ArticleView/articleId/2890/Default.aspx

Na het congres reizen we samen met collega’s Ward en Shin via catamaran en speedboot van Brunei naar het Klias schiereiland in Sabah, Maleis Borneo. Op zoek naar geschikte locaties voor natuurherstelprojecten, bezoeken we in twee dagen mooi rivier- en strandbos en zien we hoe de veenbossen hier ernstig bedreigd worden en aangetast zijn. Maar ook is het een beetje weekend en maken we mooie boottripjes over de Klias rivier met leuke groepen Neusaspen, die door hun dikke buiken en grote neuzen hier ook wel Orang Belanda, ofwel Hollanders worden genoemd. Zo blijf je als volk toch maar mooi herinnerd na het koloniale tijdperk. Ook zien we vuurvliegjes een mooie discoshow geven, leuke steltlopers (beide sandplovers en mijn eerste Tattler), Filipijnse Thermometervogel (die zijn eieren uit laat broeden in een hoop rottende bladeren en normaal alleen op kleine eilandjes te zien is) en hoe een Greater Coucal (een grote koekoeksoort) de tent uit wordt gejaagd door een Pied Fantail.

We besluiten ons bezoek aan Borneo met een vergadering met Yayasan Sabah (de Sabah ontwikkelingsmaatschappij) met een positieve uitkomst: we gaan samen kijken of we aan de oostkant van Sabah een onderzoekscentrum voor mangroven en koraal kunnen opzetten.

Dan de Filipijnen…maar daarover meer in onze volgende blog.

Wil je wat meer in detail op de hoogte willen blijven van de soortjes? Kijk dan af en toe op http://observado.org/user/photos/9131 waar ik ook bewijsplaatjes van beesten plaats

 

 

Weekendje Kuala Selangor / werk komt op stoom

Vorig weekend hadden we ons eerste weekendje buiten de stad gepland: naar Kuala Selangor, een klein plaatsje met een klein, maar niettemin waardevol mangrove reservaat. Uiteraard wilden we daar met het OV heen, maar dat viel nog niet mee!

Een kort relaas van een te lange tocht: eerst met de bus naar het dichtstbijzijnde metrostation, Kelana Jaya, daar de metro naar het Putrajaya busstation, vanwaar de bus zou vertrekken, daar aangekomen vertelde men ons echter dat de bus naar Kuala Selangor niet vanaf daar vertrok, maar waarschijnlijk vanaf Mashid Jamek, een ander metro station, 3  haltes terug. Daar gevraagd en we moesten maar op het kruispunt even verderop wachten tot hij kwam…hoe laat? Geen idee. Dus wij wachten op dat kruispunt, superdruk, continu bussen langs, maar geen bus 141 naar Kuala Selangor…dat was geen relaxed begin van een relaxed weekend! Na drie kwartier wachten (in totaal waren we incl. een hapje eten al twee en een half uur onderweg op een reis die in totaal twee uur zou moeten duren!), besloten we maar eieren voor ons geld te kiezen. Dus met de metro naar de halte die het dichtstbij Kuala Selangor is (laat dat nou onze beginhalte Kalana Jaya zijn) en vanaf daar een taxi genomen…een mooie rammelbak met een chauffeur die eigenlijk niet wist waar hij heen moest, maar dat mocht de pret maar even drukken. Uiteindelijk kwamen we om half elf aan in het natuurreservaat. Hèhè..

Maar: vanaf toen was het meteen relaxed…heerlijk buiten de stad en de large-tailed nightjar (nachtzwaluw) was al aan het roepen. ’s Nachts  hebben we voor het eerst de klamboe geprobeerd (Tropenzorg klamboes blijken te grote mazen te hebben voor de tijgermuggen…maar gelukkig maakt het inpregneergif dat ze er alleen ernstig gehandicapt doorheen komen), maar eerst nog even een nachtwandelingetje gedaan (we konden het niet laten!) wat twee niet al te goede waarnemingen van Common Palm Civet (zit ergens tussen een kat en een marter in) opleverde.

De volgende ochtend lekker vroeg op om het gebied te verkennen. Meteen na buitenkomst bleek dat de Long-tailed Macaques (apies) hun reputatie eer aan deden. Met een groep van circa 40 waren ze de bouwplaats van een nieuw gebouwtje vakkundig onder handen aan het nemen…en alles wat ook maar een beetje los zat werd verplaatst: boeven J.  De vogels waren volop aanwezig  die ochtend. Voor de vogelliefhebbers: overal Pied Fantails, aardig wat Laced Woodpeckers en vooral ook de ijsvogels deden leuk mee: allereerst zagen we onze eigen IJsvogel (een ukkie hier), maar gedurende ochtend kwamen daar beauty’s als Stork-billed, Collared, White-collared en Black-capped Kingfishers bij. De mangrove deel was mooi toegankelijk gemaakt met een boardwalk, en al snel zagen verschillende soorten slijkspringers (wat een geweldige beesten zijn het toch: vissen die water maar niets vinden…), wenkkrabben en zelfs twee degenkrabben.

’s Middags zijn we wat gaan eten in het dorp en daarna zijn we de dorpsheuvel opgelopen. Vol met Nederlandse historie…zij/wij hebben hier ooit een fort gehad en de kanonnen staan er nog. Nu wordt de heuvel echter bezet door grote bendes apen, zowel Long-tailed Macaques als Zilveren Langoer (met de mooie oranje baby’s). Dit tot groot vermaak van toeristen, die ze kwistig groenten en fruit geven. Dit maakt dat ze totaal niet schuw zijn en hoogstens een stap voor je opzij gaan. Het blijft ergens mooi om te zien, maar het zijn echt de hangjongeren/vandalen van het dorp: gewoon om het geluid dat het maakt, of om op te scheppen tegenover de rest van de groep, slopen ze borden en lantaarnpalen. Ook hebben we ze een speelplaats over zien nemen: verschillende kinderen met moeders waren aan het spelen op de glijbaan en klimtoestellen. De groep van zo’n 40 langoeren zat 30 meter verderop te wachten en zette plots de aanval in, kinderen werden acuut weggehaald en binnen 10 seconden zaten de apen in de klimtoestellen en gingen van de glijbaan af….

’s Avonds nog een mooie nachtwandeling gemaakt met weer een Palm Civet en een mooie Buffy Fish Owl die stug naar het water bleef kijken. De volgende ochtend nogmaals een rondje gemaakt. Leuke aanvullingen met een Oriental Dwarf Kingfisher, Magrove Blue Flycatcher, Greater Flameback, White-bellied See-eagle en Dollarbird. De mooiste waarnemingen waren de otters: Marianne liep nog even een keer terug om een kanaal af te zoeken en zag twee koppies door het water gaan: Kleinklauwotters! Helaas waren ze al weg toen ik terug kwam rennen. Frustratie! Gelukkig werd het een beetje goedgemaakt toen we helemaal aan het einde nog even de uitkijktoren opliepen: in het water zwom gewoon een otter! En een andere soort dit keer: de Smooth-coated. Hij zat een soort paling te verorberen en was met een snelle duik daarna verdwenen. Heerlijk!

De terugreis, gewoon met de bus, duurde twee en een half uur en was 6x zo goedkoop (6 euro ipv 36 euro met zijn tweeën).

Dan over het werk: dat begint behoorlijk op stoom te komen moeten we zeggen! Afgelopen woensdag hebben we ons eerste voorstel ingediend voor een fonds van de Britse Ambassade. Een plan om de economische waarde van intacte veenbossen in beeld te brengen ten opzichte van business as usual: het omzetten van veenbossen in grootschalige palmolieplantages.  Veenbossen bevatten extreem veel koolstof en wanneer ze omgezet worden in landbouwgrond zakt het veen ineen wat overstromingen, brandgevaar (want wat overblijft is natuurlijk wat wij ooit als turf gebruikten) en heel veel broeikasgasuitstoot met zich meebrengt. Met dit project hopen we zo te laten zien dat de overheid geld weggooit als ze kiest voor korte termijn gewin. Nu maar hopen dat het voorstel wordt uitgekozen!

Verder zijn we druk bezig met de voorbereiding van de conferentie over Wetlandbossen die 21-23 maart in Brunei wordt gehouden. Wetlands International is co-host van de conferentie (samen met de overheid) en op deze conferentie laten we zien dat er grote potenties voor Brunei zijn op het gebied van ecotoerisme en de carbonmarket (de markt voor het compenseren van je CO2 uitstoot). Ook is Marianne bezig om het veiligheidsbeleid van het kantoor in Maleisië vorm te geven. Daarnaast houden we ons bezig met voorstellen voor mangrove herplanting en het in kaart brengen van de kwaliteit van mangrove met behulp van satellietbeelden.

Ook voor onze grote projecten beginnen de zaken te rollen. Voor het magrovenwerk in Sabah gaan de contacten langzaam omdat onze beoogde partners veel in het veld zijn, maar we proberen nu een afspraak te maken direct na de conferentie in Brunei. Hier moeten nog wel even wat gedachten voor op papier worden gezet…. Ook voor Partners for Resilience (Filipijnen) begint het zaakje te rollen: maandag hebben we Margot, de coördinator, ontmoet in KL: leuk om even met haar gesproken te hebben! We zijn hier druk aan het inlezen in de situatie in de projectgebieden en vrijdag is de eerste VCA (Vulnerability and Capacity Analysis) binnengekomen. Hierin geven de lokale partners aan wat volgens hen de bedreigingen voor een dorp zijn (het gaat vooral om overstromingen en aardverschuivingen) en hoever het dorp al is met het nemen van maatregelen hiertegen. Wij zullen beoordelen in hoeverre men ook verder dan de dorpsgrens over bedreigingen en maatregelen heeft nagedacht (ecologisch gezien spelen problemen zich vaak af op de schaal van het landschap of stroomgebied van een rivier). Eind maart/ begin april gaan we er ook heen en zullen we met eigen ogen zien wat de problemen zijn, hoe mensen werken en wat wij kunnen bijdragen.

Zo, dat was het voor nu even.. maandag weer aan de slag met alle lopende zaken, en volgend weekend naar Melakka en roofvogeltrek kijken! (zie www.raptorwatch.org)

PS bezoek de site voor nieuwe foto’s en een geüpdate lijst

Vaste stek en even de stad uit

We hebben een huis! Of eigenlijk; een condo, want zo heet dat hier. Maar we hebben dus een appartementje ;-) (2x zo groot als ons huis in A’dam) met balkon, in een complex op vijf minuten lopen van ons werk, erg fijn. We moesten nog wel het een en ander kopen, servies, beddengoed, een waterkoker enzovoorts, dus we zijn de afgelopen tijd de Mall’s in geweest. Wat een verschrikking! Zelfs voor mij als toch enigszins doorgewinterde winkelaar.  Zo veel en zo groot en zo veel keus, erg vermoeiend.. Maar nu hebben we alles redelijk compleet en hebben we in het weekend gelukkig tijd voor andere dingen.

Vandaag zijn we daarom voor het eerst eens even echt de stad uit geweest. Wederom een dag van grote tegenstellingen. We zijn naar een berggebied vlakbij Kuala Lumpur geweest. ’s Ochtends eerst een stuk gelopen over een klein weggetje, rustig, erg mooi, veel vogels gezien. Onder andere Great Hornbills, echt enorme vogels, geweldig! (zie de foto’s onderaan deze post) Daarna met een kabellift omhoog naar het resort boven op de berg; Genting Highlands.  En dat is, in één woord: bizar! Bovenop de berg staan ongeveer vijf grote hotels die met elkaar verbonden zijn door een netwerk van casino’s, restaurants, pretparken, winkels en spelautomatenhallen (en parkeergarages natuurlijk!). Dit alles is bovenop de berg gebouwd, want het is daar lekker koel, alleen.. bijna niemand zet een stap buiten! Je moet er de prachtigste uitzichten kunnen zien, alleen hoe je ze vindt? Een andere toerist vroeg ons op een gegeven moment vertwijfeld: “Ehm, have you seen anything interesting yet?”. En toen we de bus terug wilden nemen, konden we gewoon nauwelijks het busstation vinden, want dat was nergens aangegeven. We hebben heel wat complottheorieën bedacht, maar kort gezegd komt het hier op neer: ze willen je gewoon niet laten vertrekken.. Maar wel leuk om een keer gezien/ervaren te hebben.

En intussen zijn we natuurlijk ook begonnen met waar het allemaal om gaat: ons werk! Merijn is de afgelopen week al mee geweest naar een tweedaagse conferentie van de VN (over invoering van REDD+, voor de insiders) en heeft dus al wat interessante speeches gehoord en mensen ontmoet. Verder zijn we vooral nog de draad opnieuw aan het oppakken. Duidelijk is al wel dat er veel gereisd gaat worden de komende tijd. Eind maart hebben we een conferentie in Brunei over wetland forests waar Wetlands mede-organisator van is en waar wij nu ook aan werken. Daarna gaan we al snel naar de Filipijnen en er staan nog wat meer dingen in de planning, maar daarover meer tegen die tijd.

Het gaat goed met ons, we hebben het naar onze zin en we wennen al een beetje aan de warmte. Hopelijk is dat de laatste tijd goed overgekomen. We hebben nog geen internet thuis en het duurt ook nog even voor we dat krijgen. Dan worden we weer wat attenter en laten we vaker van ons horen. En als jullie nog nieuwtjes hebben, dan horen we die natuurlijk ook graag!

1e week KL

Onze eerste week zit er al weer op! En die is vliegensvlug voorbij gegaan. Maandag zijn we voor het eerst naar kantoor gegaan. Alleen al over de reis daarheen valt van alles te vertellen. Bijvoorbeeld dat de metro’s en treinen hier geweldig zijn, ze gaan ongeveer elke vier minuten en er zijn verschillende lijnen. De bus daarentegen is compleet ongestructureerd. Er gaat zo’n beetje eens per veertig minuten een bus naar ons werk, maar wanneer? Dat is elke keer weer een verrassing, er bestaat simpelweg geen dienstregeling. Maar al met al gaat het reizen prima hoor, soms moeten we gewoon even een tijdje wachten.

Onze collega’s zijn erg aardig, behulpzaam en relaxed. Elke dag nemen ze ons mee naar een ander lunch restaurantje om ons een overzicht te geven wat er allemaal te krijgen valt in de buurt. Eten is hier echt heel belangrijk namelijk. De collega’s die in Nederland zijn geweest, verbazen zich er dan ook over dat je op en rond het hoofdkantoor van Wetlands in Ede echt nergens iets te eten kunt krijgen. We hebben al een paar keer moeten uitleggen hoe de lunch dan gaat (“Alleen brood? Niets warms? Echt helemaal geen rijst?!”).

Op het werk zijn we nu vooral nog dingen aan het regelen. Afgelopen vrijdag hebben we bijvoorbeeld op één dag een bankrekening geopend, allebei een nieuwe telefoon aangeschaft én.. een appartement uitgekozen! Komende week gaan we dat definitief maken en verhuizen we, is de bedoeling, heel spannend. Foto’s volgen nog, maar het ziet er goed uit en ligt op loopafstand (!) van het werk. Het is op de zevende verdieping. Dat is nog redelijk laag overigens, het gebouw heeft ongeveer twintig verdiepingen namelijk. Hoe hoger je komt, hoe duurder de appartementen, want daar heb je meer wind, een kostbaar goed in dit tropische land..

We vallen in een kleurrijke periode. In het vorige blog vertelde Merijn dat het net Chinees nieuwjaar is. De festiviteiten daaromheen gaan nog steeds door en er zijn nog overal versieringen als rode lampionnen (zie foto) en drakenbeelden. Één van de andere gebruiken rond de jaarwisseling is dat gebouwen gezegend worden met een drakendans. Professionele dansers komen dan in kostuum en met trommelmuziek een dans opvoeren en er worden matten vuurwerk afgestoken en sinaasappels uitgedeeld. We hebben meerdere malen meegemaakt deze week dat we aan het werk waren of zelfs in vergadering zaten en dat er dan opeens ergens oorverdovende trommelmuziek begon, één keer zelfs vlakbij op de gang. Echt leuk om mee te maken.

En dit weekend is een lang weekend, omdat er dinsdag een hindoeïstische feestdag is: Thaipusam. Een stukje ten noorden van de stad komen er dan allemaal hindoes bijeen bij de tempel van de Batu Caves. Mensen doen dan boete, de meesten door een kan melk op hun hoofd te dragen, maar er zijn ook mensen die spiezen door hun wangen en tong laten steken en waarschijnlijk zelfs mensen die allerlei haken in hun lichaam laten aanbrengen. Het klinkt niet heel feestelijk zo, maar dat schijnt het wel te zijn. We gaan het zien… want we gaan er wel heen natuurlijk!

Vandaag hebben we ons eerste dagje buiten gehad, erg fijn na ruim een week alleen grote stad. We zijn naar een parkachtige bosreservaat (FRIM) geweest direct aan de rand van de stad (soort Amsterdamse Bos), waar we hebben gewandeld, gepicknickt en over een “Canopy walkway”, een hangbrug in de boomtoppen hebben gelopen. Een mooie eerste indruk van het Maleise regenwoud. De eerste gave vogels (o.a. een neushoornvogel, broadbills, greater racket-tailed drongo), zoogdieren (o.a. zwarte reuzeneekhoorn), reptielen (zie foto), vlinders, libellen en een vliegende gekko zijn binnen! Zie binnenkort Merijn’s lijstjes op de website voor een overzicht.. (ps meer foto’s komen als we zelf een goede internetverbinding hebben en niet afhankelijk zijn van de barre wifi van het hotel).

Kort bericht over Tawi Tawi eilanden

Door Abe en collega’s van Wetlands International zijn we gewezen op het volgende bericht: http://nos.nl/artikel/336286-nederlander-ontvoerd-in-filipijnen.html
Niet zulk leuk nieuws natuurlijk…. Echter, voordat je je meteen zorgen om ons gaat maken, het is goed om te weten dat de Filipijnen groot zijn en dus niet meteen overal even onveilig. De Tawi-Tawi eilanden zijn onderdeel van de Sulu-archipel, die al langer bekend staat om het risico van ontvoering. Daar zullen we dus inderdaad niet heen gaan. Onze projectgebieden liggen op Luzon en in de noordelijke provincies van Mindanao. Voordat we een veldbezoek brengen naar Mindanao (een erg groot eiland), zullen we ons ook altijd  laten informeren over de actuele situatie ter plaatse door het ICRC, het veiligheidscentrum van het Internationale Rode Kruis. Dit is in overeenstemming met het actuele advies van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken:  ”…. voor overige bestemmingen, de regio’s Caraga (Region XIII), Northern Mindanao (Region X, met uitzondering van Lanao del Norte) en Davao City, dienen reizigers zich kort voor aanvang van de reis op de hoogte te stellen van de actuele situatie.”

Voorlopig zitten we echter nog gewoon in Maleisie, en blijft (zoals overal in de wereld) het grootste veiligheidsrisico een verkeersongeluk. :-)

Year of the Dragon

Ja hoor, eindelijk is het zo ver: na een reis van 25 uur van deur tot deur stapten we gisteravond uit de taxi bij ons hotel in Petaling Jaya, de grootste voorstad van Kuala Lumpur en de stad die we de komende 2 jaar thuis zullen noemen. Geweldig! Maar, omdat we de afgelopen maand nog helemaal niets op dit blog geschreven hebben, eerst nog even in het kort wat er aan vooraf ging:

De afgelopen weken hebben we hard gewerkt om de werkplannen voor het komende jaar uit te schrijven. Veel naar het hoofdkantoor van Wetlands International in Ede, veel met onze (leuke, geïnspireerde) collega’s en met mensen van het Rode Kruis en Care over het Filipijnen-project praten, en ook nog een training over beschikbare DRR (disaster risk reduction) literatuur van iemand die overgevlogen werd vanuit Madrid. In de 6 weken die we sinds december bij Wetlands hebben doorgebracht, hebben we eigenlijk een spoedcursus internationaal werk, ecosysteemdiensten, cultuur en werk van ngo’s, mangroves, Borneo, Filipijnen en uiteraard van de cultuur en de mensen van het hoofdkwartier gekregen. Omdat het toch een behoorlijk intensieve periode is geweest, hebben we het gevoel gekregen dat we er al behoorlijk thuishoorden. Gelukkig kregen we hetzelfde geluid te horen van onze collega’s, die ons zelfs een afscheidskaartje etc. gaven bij vertrek! (“Jammer dat je weggaat” ;-) )

Tegelijkertijd moest natuurlijk ook het huishouden afgerond worden: pffff, dan kom je er pas achter van hoeveel clubs je eigenlijk lid bent, en met hoeveel bedrijven je een financiële relatie hebt die je wel tijdig af moet kappen (en dan moet zo’n bedrijf het nog goed oppakken ook…pas op met Nuon en ANWB). Maar goed: als het goed is, is dit nu allemaal geregeld. En dan onze familie en vriendjes natuurlijk! Vorige week vrijdag gaven we een afscheidsfeestje: en vrijwel iedereen was er! Supergezellig, en allemaal bedankt voor jullie mooie bijdrage! Zo’n vrijdag is natuurlijk ook een mooie dag om nog een keer lekker uit te gaan en veel te laat in bed te liggen (thanx Basje!). De volgende dag de traditionele verjaardagspannenkoek met mijn familie: erg gezellig. Ook onze laatste avondmalen bij de ouders van Marianne waren leuk: dank! Het leeghalen van ons huis ging eigenlijk hartstikke soepel.

Dan het grote vertrek: leuk dat de families en Eileen er bij waren. Natuurlijk waren er even traantjes, maar het was een mooi en goed afscheid (toch?).Via Cairo en Bangkok zijn we naar KL gevolgen. Apart om zo maar een paar uur in Cairo te zijn, terwijl je verder niets van het land ziet. De mensen die het vliegveld bevolkten waren een maffe mix van skinny jeans tot nikaab… Even na vertrek werd het 26 januari en was ik jarig: toch wel mooi om in het vliegtuig, zo aan de start van een nieuwe tijd, jarig te zijn: zo krijgt het nieuwe levensjaar wel echt betekenis! (en Floris: jij ook gefeliciteerd hè!). 7600km verder landden we in Bangkok: inmiddels te brak om onze ogen uit te kijken, maar toch kon ik mijn eerste soortjes van de trip bijschrijven : wat dacht u van Kleine Zilverreiger, Torenvalk of Boerenzwaluw? Gelukkig vloog er ook nog een Aziatische Glansspreeuw langs, anders zou ik me zo in Europa wanen. Dan eindelijk Maleisië: tijdens het landen leek veel van het heuvel land mooi bebost: een meevaller, want ik dacht dat er niet veel bos meer over was in Maleisië. Ook het laagland ten zuidoosten van KL was helemaal groen van bomen; maar al snel bleek het om enorme oppervlaktes van palmolieplantages te gaan…enorme monocultures met weinig biodiversiteit. Slik, maar goed.. wij zijn ons Engels Raaigraswoestijnen inmiddels waardevol cultuurland gaan noemen, dus waar hebben we het over.. Het feit dat we een enkele reis hadden, maar op een toeristenvisum het land binnen wilden komen, plus de grote letters ‘death for drug traffic by Malaysian law’ op de immigratieformulieren in combinatie met onze 300 malaronepillen p.p. maakten dat we toch een beetje gespannen waren, maar dat bleek nergens voor nodig: welcome in Malaysia! Zodra we naar buiten stapten voelden we de vochtige hitte…. best te doen eigenlijk. Gelukkig was de temperatuur al gedaald naar 31 graden van de 37 die het rond het middaguur was . Ook de taxi ging erg soepel, en nog voor het donker was (en ik stiekem al o.a. beo’s, treeswifts, en bijeneters op mijn embryonale Maleise lijst kon bijschrijven), kwamen we aan bij ons hotel in Petaling Jaya en duurde het niet lang voordat we knock out gingen…

Vanochtend is Flora, een collega van WI Malaysia, ons op komen halen om direct naar de immigratiedienst te gaan om onze visit pass (verblijfsvergunning) te halen. Flora, een klein Indiaas vrouwtje, erg aardig en een begrip binnen het WI netwerk, haalde ons op in een flinke 4WD: perfect voor de concrete jungle die Petaling Jaya is . Wat een gebouwen, wegen, mensen, auto’s: het gaat maar door. De rit naar het immigratiekantoor (dat in het overheidscentrum Putrajaya) ligt, duurde ruim drie kwartier…en dat terwijl er vanwege het Chinese Nieuwjaar (afgelopen zondag) geen file stond! Flora was zenuwachtig over ons visum, omdat ze nog niet eerder een vrijwilligersvisum had aangevraagd en de Maleise IND een reputatie heeft van wispelturigheid…maar na een paar uur wachten tussen meer dan honderd mensen van een bonte mix van nationaliteiten (we waren de enige witten), ging ook het halen van ons papiertje helemaal goed! Dus: ons huis leeg gehaald, afscheid genomen van familie en vrienden een vlucht naar de andere kant van de wereld, een nieuw levensjaar, en een net startend jaar van de Draak dat in het teken staat van verandering en geluk…het avontuur is begonnen!

Ramp op de Filipijnen

Behalve de datum van vertrek, komen nu ook de onderwerpen waaraan we gaan werken opeens heel dichtbij. Ons belangrijkste werkgebied op de Filipijnen, het Agusan moeras, ligt namelijk op hetzelfde eiland als waar afgelopen weekend de tyfoon Sendong (ook wel Washi) is langs getrokken. In één nacht viel er zoveel regen (op sommige plekken regende het meer dan 12 uur) dat er hevige overstromingen en modderstromen ontstonden die met grote snelheid op de bewoonde gebieden afkwamen. Veel mensen werden verrast in hun slaap en hadden geen schijn van kans. Er zijn inmiddels al ruim 700 doden te betreuren volgens het Filipijnse Rode Kruis.

De impact van deze storm en heftige regenval is hoogstwaarschijnlijk sterk verergerd doordat in de betreffende regio veel houtkap, illegale mijnbouw, landbouw en aantasting van moerassen en meren plaatsvindt. We moeten het natuurlijk nog ter plekke onderzoeken, maar het lijkt er op dat deze dingen op dit moment ook op grote schaal plaatsvinden in ons projectgebied. Er is dus zeker werk aan de winkel voor ons …

Voor meer informatie over de ramp en over de situatie in ons projectgebied, zie onderstaande links.

http://www.wetlands.org/News/tabid/66/articleType/ArticleView/articleId/2726/Default.aspx

http://www.wetlands.org/News/tabid/66/articleType/ArticleView/articleId/2802/Default.aspx

http://newsinfo.inquirer.net/114171/sendong-disaster-foretold-3-years-ago

 

Inwerken, tickets, slangenbeten, pff..

Vorige week zijn we begonnen bij Wetlands in Ede! Die twee maanden om in te werken leken van tevoren ruim voldoende, maar lijken nu opeens nogal kort.. Er is zoveel te lezen, te bespreken, uit te werken. Super interessant en inspirerend allemaal! En we kregen al een verzoek om eind januari al naar de Filipijnen te komen voor een overleg, maar even kijken of dat gaat lukken zo kort nadat we zijn aangekomen in Maleisië..

Daarnaast schieten we gelukkig behoorlijk op met de voorbereidingen voor het vertrek: de tickets zijn gekocht, de verhuur van ons huis is geregeld, de aanvragen voor de verblijfsvergunningen zijn ingewilligd, de vaccinaties e.d. zijn rond. En afgelopen weekend hebben we een intensieve, maar erg leuke cursus “wildernis-EHBO” gedaan in de Ardennen! Wat doe je na een slangebeet? (niet uitzuigen dus!!) Is dit een milde of een ernstige diarree? Hoe maak je een rehydratatiedrankje? Wij weten het nu allemaal.

Ons vertrek komt dichterbij en dat mag ook wel zo langzamerhand. ;-) Tegelijk begint echter ook het besef te komen dat we hier veel achter laten, zeker nu opeens verschillende mensen dichtbij ons in verwachting blijken. Geweldig! Maar toch wel een raar idee dat we die hummeltjes dus niet vanaf het begin mee gaan maken..

Maar goed, 25 januari 2012 vertrekken wij naar Kuala Lumpur!